Nieuw jaar 2020

Luther had de gewoonte om elk stukje papier te benutten om er iets op te schrijven. Geen boek dat hij las, of op één van de schutbladen schreef hij een korte verklaring van een Bijbeltekst of iets anders dat op dat moment in zijn gedachte kwam. Onderstaand citaat uit de verzamelde ‘Bibel- und Bucheinzeichnungen Luthers’ is daar een voorbeeld van. Om te kunnen schrijven, zal hij altijd wel papier genoeg bij zich gehad hebben. Daardoor is ook de beroemde uitspraak van Luther bewaard gebleven die hij kort vóór zijn dood in Eisleben op een papiertje schreef: ‘Wir sind Bettler, hoc est verum!’ (Wij zijn bedelaars, dat is waar!).

‘Want de HEERE kent de weg der rechtvaardigen, maar de weg der goddelozen vergaat’
(Psalm 1:6, weergave DB 1545).

“Deze tekst kan vlees en bloed niet geloven. Want ook de ware heiligen en christenen, wanneer zij zien hoe ongelijk het toegaat in de wereld, dat de kwaden de overhand hebben en de vromen het onderspit delven – dan denken zij: dat God hen heeft vergeten, hen niet kent, hen zelfs niet ziet, en dat God hen heeft verlaten. Geheel anders is het gesteld met de goddelozen (1): omdat ze voelen, dat het helemaal naar hun zin gaat, en ze doen wat ze willen, denken ze bij zichzelf dat zij bij God op schoot zitten, en dat Hij niemand beter kent en meer liefheeft dan hen alleen.

Daarom moet je dit vers met geestelijke ogen, en niet met koeienogen bezien, namelijk dat God de rechtvaardigen kent en van de goddelozen niets weet – anders zul je deze tekst nooit begrijpen. Dit gelooft geen goddeloze, en een godvrezende gelooft het zeer moeilijk. Want hier hoort wachten bij, lang wachten, omdat het, voor zover je het kunt zien, heel anders schijnt te zijn. Het duurt immers meestal lang, dat de goddelozen in voorspoed groenen en bloeien en de overhand hebben, in bezit, eer, macht en in alles wat zij willen.”
Bibel- und Bucheinzeichnungen Luthers, vgl. WA 48, 18, 1-10; 19:1-8 (No. 23 en 24)

(1) Luther denkt bij de in dit citaat genoemde ‘goddelozen’ niet zozeer aan openbare zondaars, maar aan allen die hun zaligheid buiten Christus zoeken in goede werken en een deugdzaam leven, enzovoort.