De dienst der engelen


‘Want Hij heeft Zijn engelen aangaande u bevolen, dat zij u behoeden op al uw wegen’ (Psalm 91:11, weergave DB 1545).

De schrik van de nacht, de pijlen die overdag vliegen, de pest en het verderf zijn de aanvechtingen van de duivel (vgl. 5). Hij zegt: ‘Geen plaag zal uw tent naderen’ (vgl. 10). Want u hebt het Woord, dat is: wapen en schild (vgl. 4). Er zal u niet alleen geen kwaad overkomen, maar u zult met uw ogen zien, dat de goddelozen worden gestraft (vgl. 8). Want de Heere is uw Bewaarder, dáárom zal u geen kwaad overkomen (vgl. 9). Voor de vromen moeten immers alle dingen tot hun voordeel dienen! Psalm 139:5 zegt daarvan: ‘Van alle kanten omringt U mij, en houdt U Uw hand over mij.’

‘Hij heeft Zijn engelen aangaande u bevolen’ (vgl. 11). Wat een wonderschone tekst! Wij denken: ‘O, als ik slechts in het uur van mijn dood een engel zou hebben die mijn ziel behoedt en opneemt….’ De Psalm echter zegt: dat je niet alleen in het uur van je dood een engel bij je zult hebben, maar alle dagen van je leven en op al je wegen.

Trouwens, in dit leven is de bescherming van de engelen veel nodiger dan bij het sterven. Zolang wij ons gerust en veilig voelen, kan de duivel ons meer kwaad doen, dan wanneer wij op sterven liggen, want dan vaart onze ziel op tot God, eer de duivel dat kan verhinderen. De ziel staat dan onder bescherming van engelen.

Dit is een verreikende belofte en troost: je zult niet alleen veilig worden beschermd, maar ook over leeuwen en adders lopen en al het kwade overwinnen (vgl. 13).
Kleinere Arbeiten über Psalmen, 1530-1532, Psalmen über Tische ausgelegt. Vgl. WA 31.1, 562, 3-13